Nieuw onderzoek, nieuwe richtingen



Iedereen die Atkins doet, zou zo graag dat ene "gevecht tussen zwaargewichten" zien waarin de koolhydraatarme methode tegenover het koolhydraatrijke regime in de ring staat en waar de uitslag zonder enige twijfel in het voordeel van de koolhydraatbeperkte bokser uitvalt. Maar in werkelijkheid gaat het niet zo in de wereld van het wetenschappelijke onderzoek. De wetenschap lijkt nooit te willen voldoen aan ons verlangen om ingewikkelde kwesties netjes in een doosje te stoppen en dit voor het journaal van 8 uur in een minuut te behandelen. In de wetenschap worden kleine onderzoeken meestal uitgevoerd met behulp van specifieke metingen bij specifieke bevolkingsgroepen (meestal gedurende een veel kortere periode dan wij zouden willen, vanwege de kosten en de praktische uitvoering). En dan komen wij eraan te pas om de bevindingen van de onderzoeker te bestuderen en te evalueren en aan de hand daarvan conclusies te trekken.

Tot voor kort verdiepte slechts een beperkt aantal wetenschappelijke onderzoeken zich in koolhydraatbeperkte gewichtsverliesprogramma's. De meeste conventionele medische theorieŽn, zoals de overtuiging dat koolhydraatbeperkte diŽten het risico van hartaandoeningen zou vergroten door stijging van de cholesterol, waren gebaseerd op de eenvoudige en niet onderbouwde uitspraak dat "je bent wat je eet". Nu is dat allemaal aan het veranderen.

In de afgelopen paar jaar zijn er meer dan 20 onderzoeken en evaluerende artikelen die ingaan op koolhydraatbeperkte methodes in peer-reviewed uitgaven gepubliceerd. Sommige richtten zich hoofdzakelijk op gewichtsverlies en andere keken naar de effecten op de bloedlipidenspiegel, zoals totale cholesterol, HDL ("goed"), LDL ("slecht") en triglyceriden. Weer andere keken naar ontstekingsindicatoren, die nu als een risicofactor voor hartaandoeningen worden beschouwd. En enkele behandelden het effect van koolhydraatbeperkte programma's op medicatiedosering, vooral bij diabetes type 2.

Sommige van de onderzoeken gebruikten uitsluitend mannen of uitsluitend vrouwen en andere waren gemengd. Sommige gebruikten uitsluitend obese deelnemers, andere gebruikten deelnemers met een normaal gewicht en weer andere gebruikten voornamelijk diabetici. Toch wordt het plaatje dat te voorschijn begint te komen, steeds duidelijker. En als u een van de duizenden mensen bent die Atkins doen, dan hebt u nu een heel arsenaal aan onweerlegbare factoren waarmee u zich tegen achterhaalde vooroordelen kunt verdedigen.

Het ruime verband

U maakt een goed begin met het doornemen van de laatste onderzoeken met een evaluerend artikel uit 2002 door Volek en Westman
1 over alle onderzoeken die tot op dat moment waren uitgevoerd. Hun eerste ontdekking was dat, met slechts ťťn uitzondering, onderzoeken die koolhydraatbeperkte programma's vergeleken met vetarme programma's op basis van hetzelfde aantal calorieŽn, aantoonden dat de lowcarbers (mensen op een koolhydraatbeperkt dieet) meer gewicht verloren. (De enige uitzondering was een onderzoek waarin alle deelnemers ernstig obees waren en een absurd laag aantal calorieŽn consumeerden). 600).

Volek en Westman wezen er ook op dat onderzoeken die de lichaamssamenstelling analyseren bij een zeer koolhydraatbeperkt programma erop wijzen dat men daarbij meestal de spiermassa in stand houdt en meer vet verliest. Dit gebeurt zelfs als de lichaamsbeweging hetzelfde blijft! Deze ontdekking is belangrijk omdat spierweefsel meer calorieŽn verbrandt dan vet, zodat u, als u vet kwijt raakt en spierweefsel houdt (of opbouwt), uw stofwisselingssnelheid verhoogt waardoor uw lichaam een "betere boterverbrander" wordt.

Volek en Westman ontdekten ook dat, in tegenstelling tot de populaire misvatting, een koolhydraatbeperkte methode het risico van cardiovasculaire aandoeningen niet verhoogt. De schrijvers, die zelf ook een behoorlijke hoeveelheid wetenschappelijk onderzoek hebben uitgevoerd, verklaarden dat koolhydraatbeperkte programma's in feite het cardiovasculaire risicoprofiel bij sommige personen kan verbeteren, ook als zij niet afvallen (we komen straks op dat risicoprofiel terug). Zij merkten eveneens op dat de meest opzienbarende en constante reactie op het dieet bestaat uit een matige tot grote daling in triglyceriden na vasten en ook postprandiaal (na de maaltijd); twee belangrijke, onafhankelijke risicofactoren voor cardiovasculaire aandoeningen.

In een ander onderzoek ontdekte Foster zelfs
2 dat het gewichtsverlies bij koolhydraatbeperkte en caloriearme diŽten na 12 maanden ongeveer gelijk was, maar dat de koolhydraatbeperkte groep een veel grotere stijging in HDL en een grotere daling in triglyceriden vertoonde.

Mijn eigen evaluatie van deze documentatie is dat er twee mogelijke gewichtsverliesresultaten zijn als we koolhydraatbeperkte methodes vergelijken met vetarme. Meestal produceren koolhydraatarme programma's een groter gewichtsverlies dan vetarme of caloriearme regimes; af en toe produceren zij hetzelfde gewichtsverlies. Bij de koolhydraatbeperkte methode valt men nooit minder af dan op het "conventionele" dieet waarmee deze wordt vergeleken. Zoals we zullen zien, verslaat het koolhydraatbeperkte programma, ook als het gewichtsverlies hetzelfde is, bijna altijd het vetarme programma wat betreft de bloedlipiden.

Begint u al te zien welk patroon naar voren komt? Als ťťn gewichtsverliesprogramma bijna altijd een beter cardiovasculair risicoprofiel produceert dan het andere en meestal tot meer gewichtsverlies leidt, waarom zou u dan in vredesnaam niet voor dat programma kiezen als uw strategie voor gewichtsverlies?

Zoals we zullen zien, zijn de resultaten voor cholesterol enigszins gemengd, waarschijnlijk als afspiegeling van de enorme verscheidenheid in de manier waarop mensen reageren op vet en cholesterol in hun voeding. Volgens sommige onderzoeken blijft de totale, LDL en HDL cholesterol onveranderd
3 4 5 6 (in tegenstelling tot de populaire misvatting dat deze bij een grotere vetconsumptie altijd omhoog gaan). Volgens een paar onderzoeken was er een daling van de totale cholesterol 7 8 of van totale en LDL cholesterol 9 10. Bij vele onderzoeken verbeterde de HDL cholesterol opvallend 11 12 13 14. Maar bij sommige onderzoeken gingen de LDL en de totale cholesterol in feite omhoog (bij sommige mensen ten minste), hoewel deze na de eerste paar maanden meestal terugkeerden naar de baseline-waarden 15 16. Bij sommige van deze onderzoeken, zelfs met die geringe stijging van totale cholesterol en LDL, is de stijging van de HDL zo dramatisch dat ook als de "totaal"-waarde omhoog gaat, de veel belangrijkere verhouding (totale cholesterol: HDL cholesterol) aanzienlijk wordt verbeterd. Als voorbeeld hiervan zagen Volek en Sharman 17 een stijging van de totale cholesterol en LDL (16 tot 17 procent) maar een twee keer zo hoge stijging van HDL (33 procent), wat een enorme verbetering in de verhouding totale cholesterol : HDL veroorzaakte. Dit onderzoek toonde ook een daling aan van 30 procent in de triglyceriden. Bij een zeer belangrijk onderzoek dat in 1997 werd uitgevoerd, toonde Gaziano 18 aan dat de verhouding van triglyceriden tot HDL een veel betere predictor van hartaandoeningen is (16 keer beter zelfs) dan totale cholesterol. Als uw HDL dus verbetert (wat regelmatig gebeurt bij een koolhydraatbeperkte methode) en u een enorme verbetering qua triglyceriden ziet (wat praktisch altijd gebeurt bij een koolhydraatbeperkt programma), dan is die kritieke verhouding aanzienlijk verbeterd en gaat uw risico van hartaandoeningen met ťťn klap naar beneden.

Tenslotte wijst het evaluerende artikel erop dat de totale gegevens op basis van zeer koolhydraatbeperkte gewichtsverliesprogramma's laten zien dat deze in feite een potentieel gunstig effect hebben op het risico van zowel diabetes type 2 als op de insulineresistentie.

Hays
19 verving bijvoorbeeld zetmeel door verzadigd vet in de voeding van patiŽnten die reeds een oraal hypoglykemisch middel (metformine) gebruikten en al een heleboel enkelvoudig onverzadigd vet consumeerden. Het resultaat? Bij toepassing van de koolhydraatbeperkte methode was de daling in de diabetespredictor geglyceerde hemoglobine (A1C) aanzienlijk groter dan alleen door de medicatie werd bereikt. De deelnemers vielen ook meer af en hun cholesterol daalde verder! Hays concludeerde dat "door het toevoegen van verzadigd vet en het weglaten van zetmeel (uit het dieet) de glykemische symptoombestrijding verbeterde en dat daarmee gewichtsverlies gepaard ging zonder detecteerbare negatieve effecten op de serumlipiden."

Maar dat is nog niet alles.

Eťn bepaalde meting die in een aantal onderzoeken is uitgevoerd is vooral interessant omdat deze nu pas welverdiende aandacht krijgt. We weten nu dat cholesterol veel ingewikkelder is dan alleen "goed" (HDL) of "slecht" (LDL). Er is ook een "gemene" kant. We weten nu namelijk dat LDL zelf in een paar verschillende deeltjesgrootten voorkomt, die zich in het lichaam heel verschillend gedragen. De kleine, dichte deeltjes (patroon B) zijn heel gevaarlijk. Deze "gemene" deeltjes kunnen tussen de bestaande cholesterolplaque en uw arteriewand gaan zitten en dan oxideren en alle problemen veroorzaken die aan "slechte" cholesterol worden toegeschreven. De grote, pluizige LDL moleculen (patroon A) zijn echter "te dik" om tussen de plaque en de arteriewand te komen en zijn daarom een stuk goedaardiger. In de afgelopen jaren is men in wetenschappelijke onderzoeken dus door de voeding veroorzaakte veranderingen in deeltjesgrootte gaan bestuderen.

En wat denkt u? Het ene onderzoek na het andere heeft als respons op de koolhydraatbeperkte methode een trend aangetoond in de richting van een betere (patroon A) deeltjesgrootte! Hickey en Hickey
11 hebben bijvoorbeeld gegevens geŽvalueerd van 80 patiŽnten met stofwisselingssyndroom (ook bekend als syndroom X) die met de Inductiefase van Atkins waren behandeld. Zij troffen een aanzienlijke daling aan van patroon B-LDL, een stijging in HDL en een daling van de totale cholesterol, LDL en, natuurlijk, triglyceriden. In totaal was er een belangrijke verbetering in het cardiovasculaire risicoprofiel, ondanks een minimaal gewichtsverlies en onafhankelijk van het gebruik van medicatie, hetgeen bewees dat het duidelijk het resultaat van het eetprogramma was. En dan is er nog de marker voor ontstekingen, de nieuwe superster van het bloedonderzoek. Deze is zelfs belangrijk genoeg voor een omslagartikel in Time "Inflammation: The Silent Killer", dat meldt dat ontstekingsmarkers uitstekende predictors zijn voor hartaandoeningen. De twee gewoonlijk gemeten markers bestaan uit "c-reactief eiwit" wat door de lever wordt aangemaakt als reactie op ontstekingen, en serumamyloÔde A (SAA). Twee onderzoeken door O'Brien 20 bestudeerden hoe deze markers veranderden als reactie op een koolhydraatbeperkt programma. In ťťn van deze onderzoeken vergeleek hij twee programma's van 1200 calorieŽn, het ene koolhydraatbeperkt, het andere een standaard vetarm programma. Beide manieren van eten hadden een gunstig effect wat betreft gewichtsverlies, bloeddruk en lipiden. Maar het koolhydraatbeperkte regime versloeg het vetarme programma op alle parameters. Het Inductieprogramma veroorzaakte 1) een groter gewichtsverlies, 2) een sterkere daling in triglyceriden, 3) een lager SAA en 4) een niet-significante trend naar een lager CRP. O'Brien meldde: "Deze bevindingen waren een verrassing omdat zij volkomen tegengesteld waren aan wat wij hadden verwacht. We waren er absoluut van overtuigd dat we parameters zouden vinden die ten nadele van het koolhydraatarme dieet zouden uitvallen bij vergelijking met het vetarme dieet. Van alle parameters die we bekeken hebben, was er niet ťťn te vinden die aantoonde dat het vetarme dieet beter was."

Tenslotte is er de eeuwige vraag over de calorieŽn. Is de uitspraak "een calorie is een calorie is een calorie" echt waar? Kennelijk niet. Ten minste twee onderzoeken lijken erop te wijzen dat het tijd wordt om het idee dat "calorieŽn in/calorieŽn uit" het enige is waar het bij afvallen om gaat, nog eens te bekijken. Sondike
5 zette obese mannelijke adolescenten op twee verschillende gewichtsverliesprogramma's. Het ene was een vetarm programma dat gemiddeld 1100 calorieŽn per dag opleverde en het andere een Atkins programma dat tussen 1500 en 2500 calorieŽn viel. De jongens op het Atkins programma verloren aanzienlijk meer gewicht en hielden zich beter aan de regels dan de vetarme patiŽnten. Van de negen patiŽnten die het programma een jaar bleven volgen, waren acht in de koolhydraatbeperkte groep, terwijl slechts ťťn uit de vetarme groep kwam.

Het tweede was een proefonderzoek werd uitgevoerd door de bekende onderzoeker Walter Willett van de Harvard University en zijn collega's
22, die drie eetprogramma's vergeleken: een vetarm programma van 1500 calorieŽn (vrouwen) of 1800 calorieŽn (mannen); een koolhydraatbeperkte methode van 1500 calorieŽn (vrouwen) of 1800 calorieŽn (mannen); en een koolhydraatbeperkt programma van 1800 calorieŽn (vrouwen) en 2100 calorieŽn (mannen). Het resultaat was opvallend. De mannen en vrouwen op het koolhydraatbeperkte programma met de meeste calorieŽn (1800/2100) verloren meer gewicht dan de mannen en vrouwen op het vetarme dieet met 1500/1800 calorieŽn. En welke mannen en vrouwen vielen het meeste af? Degenen die de koolhydraatbeperkte methode met 1500/1800 calorieŽn volgden. Deze beide onderzoeken, door Sondike en door Willett , lijken aan te geven dat koolhydraatbeperkte programma's iets royaler kunnen zijn als het om de calorieŽn gaat. Het is echter belangrijk om niet te vergeten dat dit niet betekent dat u ongelimiteerde hoeveelheden calorieŽn kunt eten omdat u een koolhydraatbeperkt programma doet (de mensen op het koolhydraatbeperkte programma met minder calorieŽn verloren wel het meeste gewicht in het Willet onderzoek). Het is echter opvallend dat dit nieuwe wetenschappelijke onderzoek aan lijkt te geven dat niet alle calorieŽn zich in het lichaam precies hetzelfde gedragen. Iedereen die de Atkins Voedingsmethode heeft gevolgd, heeft waarschijnlijk geleerd dat het veel gemakkelijker is om uw calorieconsumptie te beheersen op een koolhydraatbeperkt programma dan op een vetarm programma. Het blijkt dat de meeste mensen het op een koolhydraatbeperkt programma gewoon gemakkelijker vinden om hun eetlust te reguleren. Wat kunnen we dus concluderen? Er is beslist meer onderzoek nodig, maar er zijn nu genoeg solide wetenschappelijke onderzoeken beschikbaar om bepaalde conclusies te trekken:

1) koolhydraatarme programma's hebben geen negatieve invloed op het cardiovasculaire risicoprofiel. U verhoogt uw risico van hartaandoeningen niet door het volgen van een koolhydraatbeperkt eetprogramma, zelfs als dat veel natuurlijke vetten bevat. (U moet wel uit de buurt blijven van levensmiddelen met gefabriceerde transvetten, ook bekend als gehydrogeniseerde of gedeeltelijk gehydrogeniseerde olie.) Op een koolhydraatbeperkt programma zal uw cardiovasculaire risicoprofiel zelfs zeer waarschijnlijk verbeteren. De grootte van de LDL cholesteroldeeltjes zal vermoedelijk beter worden, grootte en aantal van de HDL stijgen meestal, en de triglyceriden gaan bijna altijd omlaag. Bij ťťn onderzoek waren de veranderingen in HDL en triglyceriden bij een koolhydraatbeperkt programma
2 zo dramatisch, dat het soortgelijke effecten gaf als de vaak voorgeschreven cholesterolverlagende medicijnen die zijn afgeleid van fibrinezuur en niacine. Stelt u zich eens een eetprogramma voor dat dezelfde voordelen voor de gezondheid heeft als een geneesmiddel, maar dan zonder de gebruikelijke waslijst aan bijverschijnselen, en dat veel goedkoper is.

2) Koolhydraatarme programma's leiden altijd tot een groter gewichtsverlies dan een vetarm programma met evenveel calorieŽn. Hoewel de uitslag af en toe gelijk is als het om de verloren kilo's gaat, produceren zij meestal een groter gewichtsverlies dan hun tegenhangers. En het blijkt veel gemakkelijker te zijn om je aan een koolhydraatbeperkt programma te houden, voornamelijk omdat je minder honger hebt.

3) Ontstekingmarkers lijken te verbeteren bij koolhydraatbeperkte methodes. Dit wordt ongetwijfeld een vruchtbaar gebied voor nieuw wetenschappelijk onderzoek in de komende jaren.

4) Diabetesindicatoren zoals A1C en glucosebeheersing en de gevoeligheid voor insuline verbeteren bijna altijd. Bij sommige onderzoeken was medicijngebruik niet meer nodig of de dosering kon gehalveerd worden. Alles bij elkaar is er meer dan genoeg goed nieuws voor de mensen die Atkins doen. En er zullen waarschijnlijk nog veel meer goede berichten komen als deze gezonde levenswijze de reeds lang verdiende aandacht van medische onderzoekers blijft krijgen. Wat ons betreft, blijft atkins.com altijd de nieuwste wetenschappelijke onderzoeken publiceren zodat u deze zelf kunt lezen en met uw dokter kunt bespreken.

Geselecteerde referenties

1.        Volek, J.S., Westman, E.C., "Very-Low-Carbohydrate Weight-Loss Diets Revisited," Cleveland Clinic Journal of Medicine, 69 (11), 2002.

2.        Foster, G.D., Wyatt H.R., Hill, J.O., et al., "A Randomized Trial of a Low-Carbohydrate Diet for Obesity," The New England Journal of Medicine, 348(21), 2003, pag. 2082-2090.

3.        Volek, J.S., Gomez, A.L., Kraemer, W.J., "Fasting Lipoprotein and Postprandial Triacylglycerol Responses to a Low-Carbohydrate Diet Supplemented With N-3 Fatty Acids," Journal of the American College of Nutrition, 19(3), 2000, pag. 383-391.

4.        Hays, J.G., DiSabatino, A., Gorman, R.T., et al., "Effect of a High Saturated Fat and No-Starch Diet on Serum Lipid Subfractions in Patients with Documented Atherosclerotic Cardiovascular Disease," Mayo Clinic Proceedings, 78(11), 2003, pag. 1331-1336.

5.        Sondike, S.B., et al., "Effects of a Low-Carbohydrate Diet on Weight Loss and Cardiovascular Risk Factor in Overweight Adolescents," The Journal of Pediatrics, 142(3), 2003, pag. 253-258.

6.        Yancy, W.S., Guyton J.R., et al., "A Randomized Controlled Trial of a Very-Low-Carbohydrate Diet With Nutritional Supplements Versus a Low-Fat/Low-Calorie Diet," Obesity Research 2001; 9 (Suppl. 3) page 17.

7.        Vernon, M.C., Mavropoulos, J., Transue, M., et al., "Clinical Experience of a Carbohydrate-Restricted Diet: Effect on Diabetes Mellitus," Metabolic Syndrome and Related Disorders, 1(3), 2004, pag. 233-237.

8.        Hays, J.H., Gorman, R.T., et al., "Results of Use of Metformin and Replacement of Starch With Saturated Fat in Diets of Patients With Type 2 Diabetes," Endocrinology Practice, 8(3), 2002, pag. 177-183.

9.        Westman E.C., Yancy W.S., et al., "Effect of 6-Month Adherence to a Very Low Carbohydrate Diet Program," The American Journal of Medicine, 113(1), 2002, pag. 30-36.

10.     Brehm, B.J., Seeley, R.J., et al., "A Randomized Trial Comparing a Very Low Carbohydrate Diet and a Calorie-Restricted Low Fat Diet on Body Weight and Cardiovascular Risk Factors in Healthy Women," The Journal of Clinical Endocrinology and Metabolism, 88(4), 2003, pag. 1617-1623.

11.     Hickey, J.T., Hickey, L., Yancy, W.S., et al., "Clinical Use of a Carbohydrate-Restricted Diet to Treat the Dyslipidemia of the Metabolic Syndrome," Metabolic Syndrome and Related Disorders, 2004, 1(3), pag. 227-232.

12.     Foster, G.D., Wyatt H.R., Hill, J.O., et al., "A Randomized Trial of a Low-Carbohydrate Diet for Obesity," The New England Journal of Medicine, 348(21), 2003, pag. 2082-2090.

13.     Westman E.C., Yancy W.S., et al., "Effect of 6-Month Adherence to a Very Low Carbohydrate Diet Program," The American Journal of Medicine, 113(1), 2002, pag. 30-36.

14.     Volek, J.S., Sharman, M.J., et al., "Body Composition and Hormonal Response to a Carbohydrate Restricted Diet," Metabolism, 51(7), 2002, pag. 864-870.

15.     Sharman, M.J., Kraemer, W.J., et al., "A Ketogenic Diet Favorably Affects Serum Biomarkers for Cardiovascular Disease in Normal-Weight Men," The Journal of Nutrition, 132 (7), 2002, pag. 1879-1885.

16.     Volek, J.S., Gomez, A.L., Kraemer, W.J., "Fasting Lipoprotein and Postprandial Triacylglycerol Responses to a Low-Carbohydrate Diet Supplemented With N-3 Fatty Acids," Journal of the American College of Nutrition, 19(3), 2000, pag. 383-391.

17.     Volek, J.S., Sharman, M.J., et al., "Body Composition and Hormonal Response to a Carbohydrate Restricted Diet," Metabolism, 51(7), 2002, pag. 864-870.

18.     Gaziano, J.M., et al., "Fasting Triglycerides, High-Density Lipoprotein and Risk of Myocardial Infarction" Circulation 1997; 96(8):2520-2525

19.     Hays, J.H., Gorman, R.T., et al., "Results of Use of Metformin and Replacement of Starch With Saturated Fat in Diets of Patients With Type 2 Diabetes," Endocrinology Practice, 8(3), 2002, pag. 177-183.

20.     O'Brien, K.D., Brehm, B.J., et al., "Greater Reduction in Inflammatory Markers With a Low Carbohydrate Diet Than With a Calorically Matched Low Fat Diet," Presented at American Heart Association's Scientific Sessions 2002, Abstract ID: 117597.

21.     Sondike, S.B., et al., "Effects of a Low-Carbohydrate Diet on Weight Loss and Cardiovascular Risk Factor in Overweight Adolescents," The Journal of Pediatrics, 142(3), 2003, pag. 253-258.

  22.  Greene, P., Willett, W., Devecis, J., et al., "Pilot 12-Week Feeding Weight-Loss Comparison: Low-Fat vs Low-Carbohydrate (Ketogenic) Diets," Abstract Presented at The North American Association for the Study of Obesity Annual Meeting 2003, Obesity Research, 11S, 2003, page 95OR.

Door Jonny Bowden, M.A., C.N., C.N.S.